leven-1200x290_3.jpg

Opgraving van een stoffelijk overschot of urne

Bij het overlijden moeten de nabestaanden beslissen over de wijze van begraving. Sommige mensen hebben achteraf het gevoel dat ze de verkeerde beslissing hebben genomen. Daarom kan je onder bepaalde voorwaarden een opgraving van een stoffelijk overschot of een asurn aanvragen.

Procedure

De aanvraag tot opgraving moet schriftelijk ingediend worden bij de ambtenaar van de Burgerlijke Stand. Dit schriftelijk verzoek moet ondertekend worden door zowel de echtgenoot als alle bloed- of aanverwanten van de eerste graad. Indien het om en minderjarige gaat, dan gebeurt dit door de ouders of de voogd.

Indien het verzoek niet werd getekend door alle bloed-of aanverwanten van de eerste graad, zullen zij via een brief op de hoogte gebracht worden. Daarna hebben zij nog 1 maand tijd om eventueel bezwaar in te dienen. Wanneer er een bewaar ingediend wordt, gaat de opgraving niet door.

De ambtenaar van de burgerlijke stand zal toestemming vragen aan de burgermeester en eventueel ook aan het parket wanneer het gaat om een opgraving van een stoffelijk overschot. Wanneer er een gunstig advies is, zal je telefonisch op de hoogte gebracht worden om zo samen een datum en uur vast te leggen.

Tijdens de opgraving zal de grafmaker, een beëdigd ambtenaar en eventueel een begrafenisondernemer aanwezig zijn. De begrafenisondernemer moet enkel aanwezig zijn indien het gaat om een opgraving van een stoffelijk overschot.

De urne moet altijd 1 maand thuis bewaard worden. Daarna kan deze een herbegraven worden op een andere locatie.

Bedrag

  • Een opgraving een urne kost 500 euro
  • Een opgraving van een kist kost 1250 euro

Deze bedragen zijn enkel de kosten voor de gemeente. De kosten van de begrafenisondernemer moet u nog apart betalen.

Regelgeving

  • Besluit van de Vlaamse Regering van 2 december 2005 tot wijziging van het besluit van 14 mei 2004 tot organisatie, inrichting en beheer van begraafplaatsen en crematoria (B.S. 11 januari 2006)
  • Omzendbrief BA-2006/03 betreffende de toepassing van het decreet van 16 januari 2004 op de begraafplaatsen en de lijkbezorging en de uitvoeringsbesluiten (B.S. 07 april 2006)